Wij werken deels vanuit huis en zijn goed bereikbaar
Dien hier uw adviesaanvraag in

Wat is een rechtskeuze?

Een rechtskeuze wordt gemaakt wanneer partijen een keuze maken voor een bepaald rechtsstelsel ingeval van een (toekomstig) geschil. In veel gevallen zal een dergelijke keuze de normale internationaal privaatrechtelijke regels, die bepalen welk recht van toepassing is, opzij zetten. Een rechtskeuze moet dan ook voldoen aan een aantal vereisten, hetgeen afhangt van het rechtsgebied waarbinnen een rechtskeuze wordt gemaakt (gaat het bijv. om een internationale overeenkomst of om internationaal huwelijksvermogensrecht?).

Ontvang een deskundig advies op maat
Verkrijg bevestiging over de juiste toepassing van het recht
Bespaar tijd

Een rechtskeuze in een internationale overeenkomst

In de praktijk wordt in internationale overeenkomsten vaak een rechtskeuze gemaakt. Het kan een expliciete rechtskeuze zijn, doordat letterlijk in een internationale overeenkomst staat opgenomen dat partijen kiezen voor het rechtsstelsel van land X. In de overeenkomst voor het leveren van vaccins tegen corona tussen de Europese Commissie, gevestigd in België, en AstraZeneca, gevestigd in Zweden, werd bijvoorbeeld de volgende rechtskeuze opgenomen: ‘This Agreement shall be governed by the laws of Belgium’. Dit is een expliciete rechtskeuze.

Het kan ook gaan om een impliciete rechtskeuze; hiervan is bijvoorbeeld sprake indien partijen verwijzen naar bepaalde wetsartikelen uit land X, waaruit, al dan niet in combinatie met de overige concrete omstandigheden van het geval, kan worden afgeleid dat partijen bedoeld hebben een rechtskeuze te hebben gemaakt voor land X.

Wilt u een vrijblijvende kostenopgave ontvangen?

In dit kader zijn de belangrijkste internationaal privaatrechtelijke regels voor Nederland neergelegd in de Rome I verordening. Indien de casus onder de Rome I verordening valt, dan bevat artikel 3 Rome I verordening de relevante regeling voor rechtskeuzes die van toepassing is op internationale overeenkomsten.

Uit artikel 3 Rome I verordening volgt dat indien partijen een rechtskeuze maken voor land X, dit recht de internationale overeenkomst beheerst. Daarnaast volgt uit dit artikel dat de rechtskeuze uitdrukkelijk wordt gedaan (ofwel: de expliciete rechtskeuze) of duidelijk blijkt uit de bepalingen van de overeenkomst of de omstandigheden van het geval (ofwel: de impliciete rechtskeuze). Partijen kunnen bij hun rechtskeuze kiezen voor het toepasselijk recht voor de overeenkomst in haar geheel of voor slechts een onderdeel daarvan. De zogenoemde ‘dépeçage’ is dus toegestaan.

Bij de rechtskeuze van artikel 3 Rome I verordening is het verder van belang te vermelden dat partijen te allen tijde kunnen overeenkomen de overeenkomst aan een ander recht te onderwerpen dan het recht dat deze voorheen, hetzij op grond van een vroegere rechtskeuze overeenkomstig het artikel, hetzij op grond van een andere bepaling van deze verordening, beheerste.

De rechtskeuze onder artikel 3 Rome I verordening is tamelijk vrij. Partijen zijn dus onderworpen aan beperkingen ten aanzien van bijvoorbeeld het te kiezen rechtsstelsel. Het rechtsstelsel hoeft dus niet op enigerlei wijze ‘nauw verbonden’ te zijn met de internationale overeenkomst. Daarnaast kunnen partijen kiezen voor een niet-statelijk recht. De wetgever acht deze vrije rechtskeuze van groot belang en stelt dat dit ‘de hoeksteen is van het systeem van collisieregels op het gebied van verbintenissen uit overeenkomst.’

Voor een aantal specifieke situaties gelden er echter wel beperkingen op de rechtskeuze van artikel 3 Rome I verordening:

  • indien alle overige op het tijdstip van de keuze bestaande aanknopingspunten zich bevinden in een ander land dan het land waarvan het recht is gekozen, laat de door de partijen gemaakte keuze de toepassing van de rechtsregels van dat andere land waarvan niet bij overeenkomst mag worden afgeweken, onverlet;
  • indien alle overige op het tijdstip van de keuze bestaande aanknopingspunten zich in een of meer lidstaten bevinden, laat de keuze door de partijen van het recht van een niet-lidstaat de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken, in voorkomend geval zoals deze in de lidstaat van de rechter zijn geïmplementeerd, onverlet.

De vraag of er wilsovereenstemming tot stand is gekomen tussen partijen inzake de rechtskeuze en of deze overeenstemming geldig is, wordt beheerst door artikelen 10, 11 en 13 Rome I verordening.

Een rechtskeuze in een internationale arbeidsovereenkomst

Partijen kunnen een rechtskeuze maken voor het arbeidsrecht van een bepaald rechtsstelsel in een internationale arbeidsovereenkomst. De Rome I verordening geeft hiervoor de regels.

Artikel 8 lid 1 Rome I verordening neemt de rechtskeuze als uitgangspunt bij de beoordeling welk recht van toepassing is op de arbeidsovereenkomst. Omdat werknemers door de Rome I verordening worden aangemerkt als ‘zwakke partijen’, geldt er wel een aantal beperkingen op de rechtskeuze (anders dan bijvoorbeeld bij internationale overeenkomsten). De werknemer mag als gevolg van de rechtskeuze ex artikel 8 lid 1 Rome I verordening immers niet de bescherming verliezen van het recht dat zonder de rechtskeuze van toepassing zou zijn geweest op de internationale arbeidsovereenkomst. Dit wordt bepaald aan de hand van de overige artikelleden van artikel 8 Rome I verordening.

Wilt u een vrijblijvende kostenopgave ontvangen?

Voor het overige geldt de toepassing van artikelen 3, 10, 11 en 13 Rome I verordening voor de rechtskeuze in internationale arbeidsovereenkomsten.

In het merendeel van de literatuur wordt aangenomen dat de rechtskeuze is gebaseerd op het begunstigingsbeginsel. Dit betekent dat de regels waarvan niet bij overeenkomst mag worden afgeweken van het gekozen recht dan wel het objectief toepasselijk recht, toepassing hebben indien het gunstiger is voor de werknemer. Hiertoe moet het gekozen recht dus inhoudelijk met het objectief toepasselijk recht worden vergeleken. AG Trstenjak bij het Hof van Justitie EU merkt in dit verband op dat het gaat om een ‘collisierechtelijk gunstigheidsbeginsel’ waarbij beoordeeld moet worden welk recht de werknemer de meeste bescherming biedt. AG Wahl bij het Hof van Justitie EU heeft zich daar onomwonden bij aangesloten.

Een rechtskeuze in het erfrecht

Partijen kunnen een rechtskeuze maken voor een bepaald rechtsstelsel in een internationale erfrechtkwestie. Temporeel gezien kunnen er verschillende internationaal privaatrechtelijke instrumenten van toepassing zijn, zoals de Erfrechtverordening en Boek 10 BW.

Indien de casus valt onder de Erfrechtverordening, dan geeft artikel 22 Erfrechtverordening de regels waaraan een rechtskeuze moet voldoen. Hieruit volgt dat een persoon als het recht dat zijn erfopvolging in het geheel beheerst, een rechtskeuze kan maken voor een staat waarvan hij op het tijdstip van de rechtskeuze of op het tijdstip van overlijden de nationaliteit bezit. Een persoon die meer dan één nationaliteit bezit, kan een rechtskeuze maken voor de staten waarvan hij op het tijdstip van de rechtskeuze de nationaliteit bezit.

Het is belangrijk dat de rechtskeuze uitdrukkelijk wordt gedaan in een verklaring in de vorm van een uiterste wilsbeschikking of duidelijk blijkt uit de bewoordingen van die beschikking. Elke wijziging of herroeping van de rechtskeuze moet voldoen aan de vormvoorschriften voor de wijziging of de intrekking van een uiterste wilsbeschikking.

Tot slot is vermeldenswaardig dat de materiële geldigheid van de rechtskeuze wordt bepaald door het gekozen recht.

 

Een rechtskeuze in het internationale huwelijksvermogensrecht

Partijen kunnen een rechtskeuze maken voor een bepaald huwelijksvermogensrechtstelsel in een internationale huwelijksvermogensrechtkwestie. Temporeel gezien kunnen er verschillende internationaal privaatrechtelijke instrumenten van toepassing zijn, zoals de Huwelijksvermogensrechtverordening, het Haags Huwelijksvermogensrechtverdrag 1978 of het Nederlandse commune ipr.

Indien de casus valt onder de Huwelijksvermogensrechtverordening, dan geeft artikel 22 Huwelijksvermogensrechtverordening de regels waaraan een rechtskeuze moet voldoen. Hieruit volgt dat echtgenoten of toekomstige echtgenoten een rechtskeuze kunnen maken voor een bepaald huwelijksvermogensstelsel, mits het om het recht van een van de volgende staten gaat:

  • het recht van de staat waar, op het tijdstip van sluiting van de overeenkomst, zich de gewone verblijfplaats van een of beide echtgenoten of toekomstige echtgenoten bevindt, of
  • het recht van een staat waarvan een van de echtgenoten of toekomstige echtgenoten op het tijdstip van sluiting van de overeenkomst de nationaliteit heeft.

Hierbij is het van belang op te merken dat, tenzij de echtgenoten anders overeenkomen, een wijziging in de loop van het huwelijk van het op het huwelijksvermogensstelsel toepasselijke recht slechts gevolgen heeft voor de toekomst. Indien echtgenoten overeenkomen dat de rechtskeuze terugwerkende kracht heeft, dan laat deze wijziging de uit het voorgaande recht voortvloeiende rechten van derden onverlet.

Artikelen 23 en 24 Huwelijksvermogensrechtverordening geven regels voor de toestemming, de materiële en formele geldigheid van de rechtskeuze.

Wat onze cliënten over ons zeggen

Advocaat mr. Tim de Greve, partner bij Stibbe.

Ik schakel het IJI regelmatig in bij zaken waarin IPR-aspecten een rol spelen. Het bestaat al 100 jaar en kan dus bogen op een lange geschiedenis en ervaring. Er zijn vooraanstaande mensen aan verbonden. Niet in de laatste plaats de heer Strikwerda. Ze denken met je mee, begrijpen meteen de vraag waar je mee zit en dragen oplossingsrichtingen aan. Ze hebben de goede connecties in binnen- en buitenland om vragen binnen een redelijke termijn te beantwoorden. Los daarvan is het heel prettig samenwerken met de mensen van het IJI.

Advocaat mr. Channa Samkalden, Prakken d’Oliveira

Wij hebben in verschillende zaken een beroep gedaan op het IJI. Eén voorbeeld is een zaak van een aantal Nigeriaanse boeren tegen Shell over olievervuiling in Nigeria. In die zaak gaat het over de toepassing van Nigeriaans recht door de Nederlandse rechter. En het IJI heeft daarvoor het kader van het onrechtmatige daadsrecht in Nigeria voor ons uitgezocht. We hebben dat advies gebruikt in de procedure en ook overgelegd bij de rechtbank en daaruit bleek bijvoorbeeld dat onze eisers ook naar Nigeriaans recht vorderingsgerechtigd waren ten opzichte van Shell. Eigenlijk in al dat soort zaken is het IJI buitengewoon nuttig omdat je een heel degelijk advies krijgt op basis waarvan je weet: willen we nog een aantal dingen verder laten uitzoeken, kan dat door het IJI of moeten we ons tot iemand anders wenden? Maar je kunt er tenminste mee uit de voeten in een vroeg stadium van je procedure.

Advocaat mr. Ria van Seventer, Meesters aan de Maas Advocaten

Ons advocatenkantoor is gevestigd in Rotterdam, een stad met meer dan 170 nationaliteiten, en daarom moeten we regelmatig om advies vragen aan het Internationaal Juridisch Instituut. Ik heb bijvoorbeeld te maken gehad met de erkenning van een kind door een Italiaan, waarop Italiaans recht moet worden toegepast. Ik spreek geen Italiaans dus ik kan dat niet zelf. Ik heb ook geen toegang tot de bronnen en het Internationaal Juridisch Instituut heeft dat wel.

Ontvang advies van een expert over uw internationale zaak

Wilt u weten of een rechtskeuze voldoet aan de vereisten of en zou u hierover graag juridisch advies over willen ontvangen? Al meer dan honderd jaar geeft het IJI in Den Haag onafhankelijk advies op het gebied van buitenlands recht en internationaal privaatrecht. Dien vrijblijvend uw adviesvraag bij ons in door een e-mail te sturen naar info@iji.nl of vul het online aanvraagformulier in. Ook staan wij via onze helpdesk en chatbox voor u klaar om eenvoudige vragen direct te beantwoorden.

Wilt u een vrijblijvende kostenopgave ontvangen?