Hoe gaat de Nederlandse rechter om met 'schuldvragen' bij beslissingen over het toekennen van een solatiumvergoeding naar Japans huwelijksvermogensrecht?

09 maart 2017

ECLI:NL:RBAMS:2017:1067

Zie de uitspraak waarin de rechtbank Amsterdam in haar uitspraak het advies van het IJI volgt:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:1067

 

Afwikkeling van het huwelijksvermogen naar Japans recht, solatiumvergoeding, afwijken van verdeling bij helfte.

 

In Japan was de kans dat het echtscheidingsverzoek van de man zou worden afgewezen groot, volgens de vrouw, nu in Japan een echtscheidingsverzoek kan worden afgewezen als te voorzien valt dat een echtgenoot als gevolg van de echtscheiding moeilijk in het eigen levensonderhoud kan voorzien. Gelet op het voorgaande verzoekt de vrouw de rechtbank om op grond van onrechtmatige daad, danwel bij wijze van solatiumvergoeding, de lening van de man bij zijn vader buiten te verrekening te houden, danwel aan de man toe te delen zonder nadere verrekening en de echtelijke woning aan de vrouw toe te delen zonder nadere verrekening. [...]

 

De rechtbank is van oordeel dat uit hetgeen partijen in deze procedure zowel in de stukken als tijdens de mondelinge behandeling naar voren hebben gebracht kan worden afgeleid dat beide partijen schuld hebben aan de ontwrichting van hun huwelijk. Er kan dan ook niet vastgesteld worden dat één van beide echtgenoten meer psychische- of emotionele schade ondervindt door de echtscheiding dan de andere echtgenoot. De rechtbank merkt hierbij op dat, gelet op de betwisting van de man, niet is komen vast te staan dat de man overspel heeft gepleegd. Tevens is niet komen vast te staan dat de man de vrouw met de kinderen onder valse voorwendselen naar Nederland heeft laten verhuizen om vervolgens in Nederland de echtscheiding aan te kunnen vragen.

 

 Uit het dictum:

'"dat partijen zowel de Japanse kasten als de Boeddhabeelden bij helfte dienen te verdelen waarbij de partijen om de beurt een goed mogen kiezen''