Uitspraak Hof Amsterdam (19 april 2016) inzake huwelijksdwang

22 juli 2016

Op 5 december 2015 is in werking getreden de Wet tegengaan huwelijksdwang (Wet van 7 oktober 2015). Deze wet heeft onder meer artikel 10:32 BW gewijzigd, welke bepaling ziet op de openbare orde in het kader van de erkenning van een buiten Nederland voltrokken huwelijk.  Artikel 32 in de oude versie bepaalde dat, ofschoon een huwelijk in Nederland kon worden erkend, erkenning alsnog achterwege kan worden gelaten indien deze kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde. In een nadere uitwerking van de openbare orde-toets werd niet voorzien, waardoor sprake was van een open norm. Artikel 32 in de nieuwe versie werkt de openbare orde op een (niet-limitatieve) manier uit. Ten aanzien van een kindhuwelijk is sub c relevant. Een in het buitenland gesloten huwelijk door personen die op dat moment nog niet beiden ten minste achttien jaar oud zijn, wordt in Nederland niet  langer erkend. Wanneer zij beiden op het moment waarop de erkenning wordt verzocht inmiddels achttien jaar of ouder zijn, wordt het huwelijk wel erkend (tenzij er een andere weigeringsgrond zou zijn). Ten aanzien van een gedwongen huwelijk kan een beroep worden gedaan op sub e: aan een huwelijk wordt wegens onverenigbaarheid met de openbare orde erkenning onthouden indien een van de echtgenoten op het moment van de huwelijkssluiting niet vrijelijk zijn toestemming tot het aangaan van het huwelijk heeft gegeven. Deze regel is toegepast door het Hof Amsterdam in de uitspraak van 19 april 2016 in een kwestie betreffende de erkenning van een in Marokko gesloten huwelijk. 

De vrouw stelt dat zij niet vrijelijk haar toestemming tot het aangaan van het huwelijk heeft gegeven. Zij wijst op haar minderjarigheid en op het feit dat haar stiefvader als haar huwelijksvoogd is opgetreden, terwijl hij daartoe volgens haar niet bevoegd was. 

Naar Marokkaans recht komt het huwelijk tot stand door een overeenkomst tussen bruid en bruidegom, waarbij de bruid vertegenwoordigd wordt door haar huwelijksvoogd. Uitgangspunt is instemming met het huwelijk door beide echtgenoten, uitdrukkelijk ook door de vrouw, zij het dat zij vertegenwoordigd wordt door haar huwelijksvoogd. De vrouw machtigt de huwelijksvoogd namens haar het huwelijk aan te gaan. De vrouw kan in beginsel haar huwelijksvoogd niet zelf uitkiezen, de wet bepaalt wie als huwelijksvoogd kan optreden, zoals ook uit het advies van het IJI blijkt.

Artikel 11 Mudawwana 1993 geeft de rangorde van de huwelijksvoogden aan.  In deze regel is gekozen voor de mannelijke familieleden van vaderszijde, met als eerste de zoon van de bruid, en vervolgens haar vader of testamentaire voogd, en vervolgens andere mannelijke familieleden. In casu was de huwelijksvoogd de stiefvader van de vrouw, tevens een neef van de man. De stiefvader als zodanig is niet in de rangorde van artikel 11 opgenomen. Nu er wel bloedverwanten van de vrouw beschikbaar waren (welke genoemd worden in artikel 11) oordeelt het hof dat de stiefvader ten onrechte als huwelijksvoogd is opgetreden. De Mudawwana geeft geen nadere regel voor het geval de huwelijksvoogd niet geschikt of bevoegd was. Het hof oordeelt dat naar Marokkaans recht sprake is van een rechtsgeldig huwelijk. Waar het betreft de erkenning in Nederland wordt ervan uitgegaan dat ook wanneer het gaat om een naar buitenlands recht rechtsgeldig gesloten huwelijk, erkenning kan worden geweigerd op grond van de openbare orde. Het hof overweegt dat, zeker bij het huwelijk van een minderjarige, buiten twijfel moet zijn dat deze volledig vrij is geweest om dit huwelijk aan te gaan. Het hof komt tot het oordeel dat de vrouw niet vrijelijk haar toestemming tot het huwelijk heeft gegeven. Dit leidt ertoe dat het huwelijk niet wordt erkend.   

Hieronder treft u een link naar de uitspraak aan.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:1507