Klacht over schending van Egyptisch recht. Geen toetsing in cassatie.

07 april 2016

De man en de vrouw zijn op 5 juli 2001 in Las Vegas met elkaar gehuwd. De man heeft de Egyptische nationaliteit en woont sinds maart 2005 in Nederland, de vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit en woont vanaf haar geboorte in Nederland. De man is eerder in 1987 in Egypte gehuwd met een andere vrouw. De man heeft in 2010 de Nederlandse rechter verzocht de echtscheiding uit te spreken tussen hem en de vrouw. De vrouw heeft het verzoek bestreden en de rechter verzocht te bepalen dat het te Las Vegas gesloten huwelijk tussen partijen nietig is. Daartoe heeft de vrouw onder meer aangevoerd dat de verstoting door de man van zijn (eerste) vrouw die op 8 juni 1999 in Egypte heeft plaatsgevonden in Nederland niet kan worden erkend.

De rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, heeft op 5 augustus 2013 de verzoeken van de vrouw afgewezen en de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.De vrouw heeft hoger beroep ingesteld. Bij beschikking van 3 juni 2014 heeft het hof Arnhem-Leeuwarden aan het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) onder meer gevraagd of de verstoting die in 1999 in Egypte heeft plaatsgevonden, kan worden erkend naar het recht van de staat Nevada en gevraagd naar de uitleg van een beschikking van de Rechtbank voor Familiezaken van Bandar Imbaba (Egypte) van 15 juni 2011 inzake de verstoting door de man. Na ontvangst van het advies van het IJI heeft het hof in zijn beschikking van 3 februari 2015 voorshands geoordeeld dat aannemelijk wordt geacht dat de rechter in de staat Nevada de Egyptische verstoting niet zal erkennen en dat ook naar Egyptisch recht geen sprake is geweest van een geldige verstoting.

 

Het hof heeft nader advies van het IJI ingewonnen over een door de man ingeroepen uitspraak van het Constitutionele Hof van Egypte van 15 januari 2006, waarin – volgens de man – zou zijn beslist dat het religieuze recht van Egypte prevaleert boven het civiele recht van Egypte.

Het IJI heeft vervolgens geadviseerd dat de uitspraak van het Constitutionele Hof van Egypte niet noopt tot een correctie van het door het hof voorshands gegeven oordeel.

 

Zie de conclusie van mr.P.Vlas : http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:PHR:2016:6


Zie ook het arrest van de Hoge Raad: http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2016:455