Wij werken deels vanuit huis en zijn goed bereikbaar
Dien hier uw adviesaanvraag in

Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978

Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 is een verdrag dat tot stand is gekomen binnen het kader van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht. Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 is een mondiaal verdrag en reikt dus verder dan de EU-lidstaten.

Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 kan van toepassing zijn op een internationaal huwelijk. Dat wil zeggen: een huwelijk dat raakvlakken heeft met verschillende landen, bijvoorbeeld door de verschillende nationaliteit of gewone verblijfplaats van partijen. In dat geval kan het nodig zijn vast te stellen welk huwelijksvermogensrechtregime van toepassing is. Het enkele trouwen in Nederland, betekent immers niet dat partijen ook onder het Nederlandse recht vallen.

Ontvang een deskundig advies op maat
Verkrijg bevestiging over de juiste toepassing van het recht
Bespaar tijd

Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 biedt internationaal privaatrechtelijke regels op het gebied van het toepasselijke recht: het regelt welk huwelijksvermogensregime van toepassing is bij internationale huwelijken.

Wanneer is het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 van toepassing?

  • Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 en het temporele toepassingsgebied

Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 is in Nederland in werking getreden op 1 september 1992. Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 is temporeel van toepassing op internationale huwelijken die zijn gesloten op of na 1 september 1992 en vóór 29 januari 2019.

Indien het internationale huwelijk is gesloten vóór 1 september 1992 en er is geen rechtskeuze uitgebracht na die datum, dan dienen er andere regels van internationaal privaatrecht te worden toegepast. Afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval kan hier gedacht worden aan het Huwelijksgevolgenverdrag uit 1905 en de regels uit de arresten van Clemens-Klein en Chelouche van Leer.

Wilt u een vrijblijvende kostenopgave ontvangen?

  • Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 en het geografische toepassingsgebied

Hoewel het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 een bijzonder belangrijke rol speelt in de Nederlandse rechtspraktijk, is het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 internationaal gezien niet succesvol gebleken. In totaal zijn er slechts drie landen partij bij het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978; naast Nederland, zijn dit Frankrijk en Luxemburg. Ook in deze landen is het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 per 1 september 1992 in werking getreden.

  • Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 en het materiële toepassingsgebied

In artikel 1 Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 staat het materiële toepassingsgebied beschreven: het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 bepaalt het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime.

Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 is niet van toepassing:

  • op onderhoudsverplichtingen tussen echtgenoten;
  • op erfrechtelijke aanspraken van de langstlevende echtgenoot;
  • op de handelingsbekwaamheid van echtgenoten.

 

  • Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 en het formele toepassingsgebied

Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 heeft een universeel toepassingsgebied. Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 is immers ook van toepassing indien de nationaliteit of de gewone verblijfplaats van de echtgenoten niet die van een Verdragsluitende Staat is, dan wel indien het recht dat op grond van het verdrag van toepassing is, niet het recht is van een Verdragsluitende Staat.

Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 en de rechtskeuze als uitgangspunt

Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 geeft de mogelijkheid aan partijen om te kiezen welk huwelijksvermogensrechtregime van toepassing is; ofwel het maken van een rechtskeuze. In dat geval is het recht van toepassing dat partijen hebben gekozen.

De mogelijkheid tot het maken van een rechtskeuze is niet helemaal vrij. Partijen mogen slechts een rechtskeuze uitbrengen voor:

  • het recht van een Staat waarvan een van de echtgenoten de nationaliteit bezit op het tijdstip van die aanwijzing;
  • het recht van de Staat op welks grondgebied een van de echtgenoten zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip van die aanwijzing;
  • het recht van de eerste Staat op welks grondgebied een van de echtgenoten na het huwelijk een nieuwe gewone verblijfplaats vestigt.

Het aangewezen recht is van toepassing op het gehele vermogen van de echtgenoten. De echtgenoten kunnen echter met betrekking tot het geheel of een gedeelte van de onroerende goederen het recht aanwijzen van de plaats waar die goederen zijn gelegen. Daarnaast kunnen zij bepalen dat op onroerende goederen die later worden verkregen, het recht van de plaats waar die goederen zijn gelegen van toepassing zal zijn.

Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 zonder rechtskeuze

Bij gebreke van een rechtskeuze, moet op basis van andere internationaal privaatrechtelijke regels van het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 worden bepaald welk recht van toepassing is op het huwelijksvermogensrechtregime. Belangrijke aanknopingsfactoren uit het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 in dat kader zijn; 1) de (gemeenschappelijke) nationaliteit van partijen en 2) de (gemeenschappelijke) woonplaats van partijen. Ook is van belang tot welke groep de in het geding zijnde landen behoren: tot de nationaliteitslanden of de woonplaatslanden.

Een nationaliteitsland is een land dat bepaalt dat het huwelijksvermogensrechtregime van toepassing is ingeval partijen de nationaliteit van dat land hebben. Een woonplaatsland is een land dat bepaalt dat het huwelijksvermogensrechtregime van toepassing is ingeval partijen hun woon- of verblijfplaats in dat land hebben.

T.a.v. het begrip ‘gemeenschappelijke nationaliteit’ ex het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 is het nog belangrijk op te merken dat het criterium vereist dat beide partijen vóór het huwelijk dezelfde nationaliteit hebben. Ook kan sprake zijn van ‘gemeenschappelijke nationaliteit’ in de zin van het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 indien één van de echtgenoten de nationaliteit van de ander vrijwillig door of na het huwelijk heeft verkregen. Bijvoorbeeld in de situatie dat één van de echtgenoten aangeeft aanspraak te willen maken op de nationaliteit of de specifieke nationaliteit niet afwijst, terwijl dat wel mogelijk is. Indien de echtgenoten een zogenaamde ‘dubbele gemeenschappelijke nationaliteit’ hebben, dus in het geval echtgenoten zowel beiden Nederlands als Belgisch zijn, dan mag in het geheel geen rekening worden gehouden met de gemeenschappelijke nationaliteit voor de toepassing van de internationaal privaatrechtelijke regels van het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978.

  • Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 en de hoofdregel van het toepasselijk huwelijksvermogensregime

Artikel 4 Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 geeft de hoofdregel weer van het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 indien geen rechtskeuze is gemaakt: het huwelijksvermogensrecht is van toepassing op het land waar partijen hun eerste gemeenschappelijke huwelijksdomicilie hebben; dit betekent de plaats waar partijen direct na hun huwelijk zijn gaan wonen.

Bijvoorbeeld: een Franse man trouwt met een Luxemburgse vrouw in Luxemburg en gaan daarna in Nederland wonen. Op grond van de hoofdregel van het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 is het Nederlandse huwelijksvermogensrechtstelsel van toepassing.

Een ander voorbeeld: een Nederlandse vrouw trouwt met een Spaanse man, waarna zij samen in Nederland gaan wonen. Op grond van de hoofdregel van het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 is het Nederlandse huwelijksvermogensrechtstelsel van toepassing. Spanje is echter geen partij bij het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 en kan op basis van hun eigen internationaal privaatrechtelijke regels tot een andere conclusie komen. Dit kan van belang zijn indien partijen onroerend goed bezitten in Spanje. Overigens wordt de samenloop van verschillende internationaal privaatrechtelijke regels inzake het huwelijksvermogensrecht binnen de EU steeds minder problematisch, nu de Europese huwelijksvermogensrechtverordening in werking is getreden en deze verschillende internationaal privaatrechtelijke regels binnen de EU heeft geharmoniseerd.

Wilt u een vrijblijvende kostenopgave ontvangen?

  • Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 en de uitzonderingen op de hoofdregel van het toepasselijk huwelijksvermogensregime

Indien partijen een gemeenschappelijke nationaliteit hebben, maakt het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 een uitzondering op de hoofdregel. Zie hieronder voor een aantal voorbeelden:

  • Partijen hebben de gemeenschappelijke nationaliteit van een nationaliteitsland dat bij het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 is aangesloten en beiden partijen vestigen zich na het huwelijk in hetzelfde land. Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 bepaalt in dat geval dat het huwelijksvermogensrechtregime van het land van de gemeenschappelijke nationaliteit van toepassing is.
  • Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit en gaan na het huwelijk wonen in een staat die niet is aangesloten bij het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978. Partijen hebben vermogen in Nederland. Nederland is een nationaliteitsland en vanuit dat oogpunt bezien is het Nederlandse huwelijksvermogensrechtregime van toepassing. Maar omdat partijen in een niet-verdragssluitende staat gaan wonen en deze staat eigen internationaal privaatrechtelijke regels heeft, kan die staat tot een andere conclusie komen. Dit kan van belang zijn als partijen vermogen hebben in die staat. Op deze tweede uitzondering bestaat een uitzondering indien partijen al vijf jaar vóór het huwelijk in een woonplaatsland woonden en daar na hun huwelijk blijven wonen; in dat geval geldt de hoofdregel van het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 en is het huwelijksvermogensrechtregime van de staat van die woonplaats van toepassing.
  • Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit en gaan na het huwelijk wonen in een staat die niet is aangesloten bij de Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978. Die staat is een nationaliteitsland. Het doet er in dit voorbeeld niet toe dat de staat geen partij is bij het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978; het huwelijksvermogensrechtregime van nationaliteitsland Nederland is van toepassing.
  • Partijen hebben de gemeenschappelijke nationaliteit en gaan na het huwelijk niet in hetzelfde land wonen. Het onderscheid van nationaliteitsland of woonplaats doet er in dit voorbeeld niet toe. Volgens het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 is het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van toepassing.

Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 en de rechtskeuze als uitgangspunt

Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 geeft de mogelijkheid aan partijen om te kiezen welk huwelijksvermogensrechtregime van toepassing is; ofwel het maken van een rechtskeuze. In dat geval is het recht van toepassing dat partijen hebben gekozen.

De mogelijkheid tot het maken van een rechtskeuze is niet helemaal vrij. Partijen mogen slechts een rechtskeuze uitbrengen voor:

  • het recht van een Staat waarvan een van de echtgenoten de nationaliteit bezit op het tijdstip van die aanwijzing;
  • het recht van de Staat op welks grondgebied een van de echtgenoten zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip van die aanwijzing;
  • het recht van de eerste Staat op welks grondgebied een van de echtgenoten na het huwelijk een nieuwe gewone verblijfplaats vestigt.

Het aangewezen recht is van toepassing op het gehele vermogen van de echtgenoten. De echtgenoten kunnen echter met betrekking tot het geheel of een gedeelte van de onroerende goederen het recht aanwijzen van de plaats waar die goederen zijn gelegen. Daarnaast kunnen zij bepalen dat op onroerende goederen die later worden verkregen, het recht van de plaats waar die goederen zijn gelegen van toepassing zal zijn.

Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 en de rechtskeuze nader uitgelegd

Onder het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 is het mogelijk een zogenaamde ‘rechtskeuze’ uit te brengen: dit betekent dat partijen zelf kiezen voor het op hun huwelijksvermogen toepasselijke recht. Hiervoor kunnen partijen bijvoorbeeld kiezen als ze willen voorkomen dat er ongewilde veranderingen optreden ten aanzien van het toepasselijke huwelijksvermogensrecht. In die zin geeft het partijen dus een stukje rechtszekerheid. Wel is het belangrijk op te merken dat niet elk land een in Nederland gemaakte rechtskeuze zomaar accepteert: het is dan ook aan te raden om te onderzoeken of de rechtskeuze in het buitenland wel het gewenste effect sorteert. Dit is één van de specialiteiten van het IJI.

Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 beperkt de mogelijkheden voor het uitbrengen van een rechtskeuze, hetgeen bijvoorbeeld anders is in het internationale overeenkomstenrecht waarbinnen zo goed als voor elk rechtsstelsel een rechtskeuze mag worden uitgebracht. Als hoofdregel in het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 geldt dat alleen een rechtskeuze mag worden gemaakt voor een land waarmee partijen een zekere band hebben, namelijk:

  • Een rechtskeuze voor het land waarvan één van de echtgenoten de nationaliteit heeft;
  • Een rechtskeuze voor een land waar één van de echtgenoten woont;
  • Een rechtskeuze voor het land waar echtgenoten na het huwelijk gaan wonen.

De rechtskeuze heeft betrekking op het gehele huwelijksvermogen; zowel bezittingen als schulden. Ten aanzien van onroerend goed kan een uitzondering worden gemaakt op de regel dat het gehele huwelijksvermogen onder de rechtskeuze valt: zo kan specifiek voor een woonhuis het recht worden gekozen van het land waar het huis ligt.

De rechtskeuze dient te voldoen aan de geldende vormvereisten. In Nederland kan bijvoorbeeld een rechtskeuze uitgebracht worden in een notariële akte, ook in combinatie met de huwelijkse voorwaarden. Indien voor een buitenlands rechtsstelsel wordt gekozen of de rechtskeuze in het buitenland wordt gemaakt, kunnen er andere vormvereisten gelden.

Persoonlijk contact

Het IJI heeft een kleinschalig karakter. Dat is ook onze kracht. U heeft steeds persoonlijk contact met een vaste medewerker en de lijnen zijn kort.

Wereldwijd netwerk

Wij beschikken over een wereldwijd netwerk van juridische experts uit de wetenschap en praktijk. Dit netwerk kunnen wij direct inschakelen wanneer uw zaak daarom vraagt.

Up-to-date expertise

Wij hebben sterke banden met juridische experts uit de praktijk (rechterlijke macht en advocatuur) en de wetenschap en nemen actief deel aan het wetenschappelijke debat. We zijn daardoor goed op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in ons rechtsgebied.

Onafhankelijk advies

Onze rapporten zijn daarom goed te gebruiken ter onderbouwing van een rechterlijk oordeel, de basis voor een notariële akte of de onderbouwing van een processtuk.

Neem vrijblijvend contact met ons op voor advies over uw internationale huwelijksvermogensrecht casus

Het IJI in Den Haag heeft een sterke praktijk opgebouwd inzake ipr-vraagstukken op het gebied van het internationale huwelijksvermogensrecht. Wij adviseren hierover sinds 1918 en hebben reeds meer dan 240.000 adviezen uitgebracht. Via ons slimme kennissysteem en brede internationale netwerk kunnen wij u snel en kostenefficiënt van advies voorzien. Schakel ons in door online een adviesaanvraag in te dienen of een e-mail te sturen naar info@iji.nl. Uiterlijk binnen twee weken ontvangt u van ons een rapport op maat. Heeft u een eenvoudige vraag over het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 waarover u liever eerst wilt sparren? Neem dan contact met ons op via de helpdesk of chat met ons in de chatbox, zodat wij u direct verder kunnen helpen.

Wat onze cliënten over ons zeggen

Advocaat mr. Tim de Greve, partner bij Stibbe.

Ik schakel het IJI regelmatig in bij zaken waarin IPR-aspecten een rol spelen. Het bestaat al 100 jaar en kan dus bogen op een lange geschiedenis en ervaring. Er zijn vooraanstaande mensen aan verbonden. Niet in de laatste plaats de heer Strikwerda. Ze denken met je mee, begrijpen meteen de vraag waar je mee zit en dragen oplossingsrichtingen aan. Ze hebben de goede connecties in binnen- en buitenland om vragen binnen een redelijke termijn te beantwoorden. Los daarvan is het heel prettig samenwerken met de mensen van het IJI.

Advocaat mr. Channa Samkalden, Prakken d’Oliveira

Wij hebben in verschillende zaken een beroep gedaan op het IJI. Eén voorbeeld is een zaak van een aantal Nigeriaanse boeren tegen Shell over olievervuiling in Nigeria. In die zaak gaat het over de toepassing van Nigeriaans recht door de Nederlandse rechter. En het IJI heeft daarvoor het kader van het onrechtmatige daadsrecht in Nigeria voor ons uitgezocht. We hebben dat advies gebruikt in de procedure en ook overgelegd bij de rechtbank en daaruit bleek bijvoorbeeld dat onze eisers ook naar Nigeriaans recht vorderingsgerechtigd waren ten opzichte van Shell. Eigenlijk in al dat soort zaken is het IJI buitengewoon nuttig omdat je een heel degelijk advies krijgt op basis waarvan je weet: willen we nog een aantal dingen verder laten uitzoeken, kan dat door het IJI of moeten we ons tot iemand anders wenden? Maar je kunt er tenminste mee uit de voeten in een vroeg stadium van je procedure.

Advocaat mr. Ria van Seventer, Meesters aan de Maas Advocaten

Ons advocatenkantoor is gevestigd in Rotterdam, een stad met meer dan 170 nationaliteiten, en daarom moeten we regelmatig om advies vragen aan het Internationaal Juridisch Instituut. Ik heb bijvoorbeeld te maken gehad met de erkenning van een kind door een Italiaan, waarop Italiaans recht moet worden toegepast. Ik spreek geen Italiaans dus ik kan dat niet zelf. Ik heb ook geen toegang tot de bronnen en het Internationaal Juridisch Instituut heeft dat wel.

Wilt u een vrijblijvende kostenopgave ontvangen?