Wij werken deels vanuit huis en zijn goed bereikbaar
Dien hier uw adviesaanvraag in

Wat is de Brussel IIbis verordening?

De Brussel IIbis verordening regelt op het gebied van ‘echtscheiding’ en ‘ouderlijke verantwoordelijkheid’ twee deelgebieden van het internationaal privaatrecht: de internationaal bevoegde rechter en de erkenning en tenuitvoerlegging van (buitenlandse) beslissingen. Beslissingen op het gebied van de echtscheiding zijn direct uitvoerbaar, dus zonder exequatur, in de EU-lidstaten. Voor beslissingen inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid is wel nog verlof tot tenuitvoerlegging nodig (art. 28 Brussel IIbis verordening). Dit houdt kort gezegd in dat er een exequatur procedure moet worden doorlopen en dat gezagsbeslissingen dus niet zonder meer ten uitvoer kunnen worden gelegd in een andere lidstaat.

Constitutioneel gezien behoort de Brussel IIbis verordening tot de EU ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. Binnen dit kader vormen de toegang tot de rechter en de wederzijdse erkenning van beslissingen in burgerlijke zaken belangrijke speerpunten.

Ontvang een deskundig advies op maat
Verkrijg bevestiging over de juiste toepassing van het recht
Bespaar tijd

De Brussel IIbis verordening bestaat uit zeven hoofdstukken, waaraan een considerans vooraf gaat. De considerans vormt een belangrijke leidraad bij de uitleg van de bepalingen uit de Brussel IIbis verordening.

Algemene internationaal privaatrechtelijke zaken zoals forumkeuze, litispendentie en vrijwillige verschijning worden eveneens geregeld in de Brussel IIbis verordening.

Inmiddels heeft de EU een verordening inzake de herschikking van de Brussel IIbis verordening aangenomen. Ten aanzien van de bevoegdheidsregels voor echtscheiding verandert er niet veel. Wel is sprake van aanzienlijke veranderingen t.o.v. internationale kinderontvoering. Ten aanzien van de erkenning en tenuitvoerlegging wordt het vereiste van verlof voor gezagsbeslissingen afgeschaft. Lees hier meer over de herschikking van de Brussel IIbis verordening.

Wilt u een vrijblijvende kostenopgave ontvangen?

Wanneer is de Brussel IIbis verordening van toepassing?

  • De Brussel IIbis verordening en het temporele toepassingsgebied

Op 1 maart 2005 is de Brussel IIbis verordening van toepassing geworden in de EU-lidstaten (art. 72 Brussel IIbis verordening).

Per 1 augustus 2022 wordt de Brussel IIbis verordening vervangen door Verordening 2019/1111. Lees hier meer over de herschikking van de Brussel IIbis verordening.

  • De Brussel IIbis verordening en het geografische toepassingsgebied

De Brussel IIbis verordening is van toepassing in elke lidstaat, behalve Denemarken. Denemarken neemt namelijk niet deel aan de maatregelen die voortvloeien uit het kader van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, aangezien het niet gebonden is door titel V van het Derde Deel van het VWEU.

De Brexit heeft ervoor gezorgd dat het VK als niet-lidstaat niet meer gebonden is aan de Brussel IIbis verordening. Hoewel het VK de Rome I verordening en de Rome II verordening gaat incorporeren in de eigen rechtsorde, zal het VK dit niet doen met de Brussel IIbis verordening.

  • De Brussel IIbis verordening en het materiële toepassingsgebied

In artikel 1 Brussel IIbis verordening staat het materiële toepassingsgebied beschreven: de Brussel IIbis verordening is van toepassing op a) echtscheiding, scheiding van tafel en bed en nietigverklaring van het huwelijk; en b) de toekenning, de uitoefening, de overdracht, de beperking of de beëindiging van de ouderlijke verantwoordelijkheid.

In artikel 1 Brussel IIbis verordening staat het materiële toepassingsgebied beschreven: de Brussel IIbis verordening is van toepassing op a) echtscheiding, scheiding van tafel en bed en nietigverklaring van het huwelijk; en b) de toekenning, de uitoefening, de overdracht, de beperking of de beëindiging van de ouderlijke verantwoordelijkheid.

Ten aanzien van de ouderlijke verantwoordelijkheid specificeert de Brussel IIbis verordening dat dergelijke zaken met name betrekking hebben op:

  • het gezagsrecht en het omgangsrecht;
  • voogdij, curatele en overeenkomstige rechtsinstituten;
  • de aanwijzing en de taken van enige persoon of enig lichaam, belast met de zorg voor de persoon of het vermogen van het kind, of die het kind vertegenwoordigt of bijstaat;
  • de plaatsing van het kind in een pleeggezin of in een inrichting;
  • de maatregelen ter bescherming van het kind die verband houden met het beheer of de instandhouding van dan wel de beschikking over het vermogen van het kind.

De Brussel IIbis verordening is niet van toepassing op:

  • de vaststelling en de ontkenning van familierechtelijke betrekkingen;
  • beslissingen inzake adoptie, voorbereidende maatregelen voor adoptie, alsmede de nietigverklaring en de herroeping van de adoptie;
  • de geslachtsnaam en de voornamen van het kind;
  • de handlichting;
  • onderhoudsverplichtingen;
  • trusts en erfopvolging;
  • maatregelen genomen ten gevolge van door kinderen begane strafbare feiten.

 

  • De Brussel IIbis verordening en het formele toepassingsgebied

De hoofdregels van de Brussel IIbis verordening stemmen af zowel tussen de gewone verblijfplaats van (één van de) partijen als het kind en de nationaliteit. Eén en ander hangt af van de grondslag van de vordering; echtscheiding of ouderlijke verantwoordelijkheid.

Persoonlijk contact

Het IJI heeft een kleinschalig karakter. Dat is ook onze kracht. U heeft steeds persoonlijk contact met een vaste medewerker en de lijnen zijn kort.

Wereldwijd netwerk

Wij beschikken over een wereldwijd netwerk van juridische experts uit de wetenschap en praktijk. Dit netwerk kunnen wij direct inschakelen wanneer uw zaak daarom vraagt.

Up-to-date expertise

Wij hebben sterke banden met juridische experts uit de praktijk (rechterlijke macht en advocatuur) en de wetenschap en nemen actief deel aan het wetenschappelijke debat. We zijn daardoor goed op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in ons rechtsgebied.

Onafhankelijk advies

Onze rapporten zijn daarom goed te gebruiken ter onderbouwing van een rechterlijk oordeel, de basis voor een notariële akte of de onderbouwing van een processtuk.

Enkel indien de casus niet onder het formele toepassingsgebied van de Brussel IIbis verordening valt, bijvoorbeeld omdat de verweerder geen verblijfplaats in een lidstaat heeft en geen nationaliteit van een lidstaat bezit, mag teruggevallen worden op Rv en/of Boek 10 BW. Bij een onwelgevallig resultaat van de Brussel IIbis verordening, mag dus niet óók gebruik worden gemaakt van Rv en/of Boek 10 BW om het gewenste resultaat te bereiken.

Welke rechter is internationaal bevoegd onder de Brussel IIbis verordening?

  • De Brussel IIbis verordening en de internationaal bevoegde rechter bij internationale echtscheiding

De hoofdregel van de Brussel IIbis verordening ten aanzien van internationale echtscheiding is dat de rechter internationaal bevoegd is kennis te nemen van het geschil van ofwel:

  • de gewone verblijfplaats van de echtgenoten; of
  • de laatste gewone verblijfplaats van de echtgenoten indien één van hen daar nog verblijft; of
  • de gewone verblijfplaats van de verweerder; of
  • in geval van een gemeenschappelijk verzoek, de gewone verblijfplaats van één van de echtgenoten; of
  • de gewone verblijfplaats van de verzoeker, indien hij daar sinds ten minste een jaar onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek verblijft; of
  • de gewone verblijfplaats van de verzoeker, indien hij daar sinds ten minste zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek verblijft en hetzij onderdaan van de betrokken lidstaat is; of
  • de gemeenschappelijke nationaliteit van de echtgenoten.

Er wordt dus een combinatie gemaakt van enerzijds de gewone verblijfplaats van de echtgenoten of één van de echtgenoten en anderzijds de gemeenschappelijke nationaliteit van de echtgenoten.

Het Hof van Justitie noemt deze criteria: ‘objectief, niet-cumulatief en exclusief’ en zij zijn bovendien niet hiërarchisch.

In dit kader betekent een ‘objectief criterium’ dat gebruik wordt gemaakt van een criterium waaraan de feitelijke situatie getoetst kan worden, maar waarbij de norm van het criterium buiten deze feitelijke situatie is vastgesteld.

‘Niet-cumulatief’ betekent dat er meerdere rechters bevoegd kunnen zijn, maar dat je er maar één mag kiezen en deze dus niet mag cumuleren.

‘Exclusief’ betekent dat enkel deze bevoegdheidsgronden mogen worden gebruikt in echtscheidingszaken waarbij de verweerder in een lidstaat woont of de nationaliteit van een lidstaat heeft. Er mag in dat geval nimmer worden teruggevallen op het commune bevoegdheidsrecht van lidstaten.

‘Niet hiërarchisch’ betekent dat het niet uitmaakt voor welke alternatief bevoegde rechter wordt gekozen. NB het Hof van Justitie EU heeft bevestigd dat dit ook geldt in het geval van een dubbele gemeenschappelijke nationaliteit: er kan in dat geval gekozen worden tussen de gerechten van beide nationaliteiten.

Indien de casus niet valt onder de Brussel IIbis verordening, bepaalt artikel 4 lid 1 Rv dat alsnog de bevoegdheid op basis van de Brussel IIbis verordening (art. 3, 4 en 5) moet worden vastgesteld.

  • De Brussel IIbis verordening en de internationaal bevoegde rechter bij internationale ouderlijke verantwoordelijkheid

De hoofdregel van de Brussel IIbis verordening ten aanzien van internationale ouderlijke verantwoordelijkheid is dat de rechter internationaal bevoegd is kennis te nemen van het geschil van de gewone verblijfplaats van het kind op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. Hierop geldt een aantal uitzonderingen ingeval van legale dan wel illegale verplaatsing van het kind; dat laatste wordt ‘kinderontvoering’ genoemd.

In dit kader kan de zogeheten ‘prorogatie van rechtsmacht’ plaatsvinden. Zo regelt de Brussel IIbis verordening een prorogatie ingeval sprake is van een echtscheidingsprocedure; de Brussel IIbis verordening geeft in dat geval bevoegdheid om over gezagskwesties te oordelen aan de rechter die bevoegd is over de echtscheiding te oordelen, mits partijen dit uitdrukkelijk zo aanvaarden.

Overigens, indien het kind geen gewone verblijfplaats heeft in een lidstaat, is het Haagse kinderbeschermingsverdrag 1996 van toepassing. De hoofdregel van dit verdrag staat in artikel 5: ook hier geldt dat de rechter internationaal bevoegd is van de gewone verblijfplaats van het kind. En ook hier gelden uitzonderingen, onder andere ten aanzien van kinderontvoering.

Indien het kind noch een gewone verblijfplaats heeft in een lidstaat, noch in een verdragsstaat van het Haagse kinderbeschermingsverdrag, moet teruggevallen worden op het commune bevoegdheidsrecht van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Ingeval er een echtscheidingsprocedure aanhangig is, geldt artikel 4 lid 3 Rv: de rechter is bevoegd voor nevenvoorzieningen waaronder het gezagsrecht, maar sub b bepaalt dat de rechter zich onbevoegd moet verklaren indien hij zich, wegens de geringe verbondenheid van de zaak met Nederland, niet in staat acht het belang van het kind naar behoren te beoordelen.

Artikel 5 Rv ziet op situaties buiten een echtscheidingsprocedure: de rechter dient zich onbevoegd te verklaren indien de gewone verblijfplaats van het kind niet in Nederland ligt, tenzij de rechter in staat is de belangen van het kind naar behoren te beoordelen.

Dien een adviesaanvraag bij ons in

Wilt u graag meer te weten komen over de Brussel IIbis verordening en zou u hierover juridisch advies willen ontvangen? Binnen een week, uiterlijk twee weken, kunt u van ons een ruim onderbouwd rapport op maat van ons verwachten. Dien vrijblijvend uw adviesaanvraag in via e-mail (info@iji.nl) of het aanvraagformulier. Bij eenvoudige vragen, neemt u contact op met de helpdesk en chatbox. De eerste 30 minuten zijn gratis.

Wat onze cliënten over ons zeggen

Advocaat mr. Tim de Greve, partner bij Stibbe.

Ik schakel het IJI regelmatig in bij zaken waarin IPR-aspecten een rol spelen. Het bestaat al 100 jaar en kan dus bogen op een lange geschiedenis en ervaring. Er zijn vooraanstaande mensen aan verbonden. Niet in de laatste plaats de heer Strikwerda. Ze denken met je mee, begrijpen meteen de vraag waar je mee zit en dragen oplossingsrichtingen aan. Ze hebben de goede connecties in binnen- en buitenland om vragen binnen een redelijke termijn te beantwoorden. Los daarvan is het heel prettig samenwerken met de mensen van het IJI.

Advocaat mr. Channa Samkalden, Prakken d’Oliveira

Wij hebben in verschillende zaken een beroep gedaan op het IJI. Eén voorbeeld is een zaak van een aantal Nigeriaanse boeren tegen Shell over olievervuiling in Nigeria. In die zaak gaat het over de toepassing van Nigeriaans recht door de Nederlandse rechter. En het IJI heeft daarvoor het kader van het onrechtmatige daadsrecht in Nigeria voor ons uitgezocht. We hebben dat advies gebruikt in de procedure en ook overgelegd bij de rechtbank en daaruit bleek bijvoorbeeld dat onze eisers ook naar Nigeriaans recht vorderingsgerechtigd waren ten opzichte van Shell. Eigenlijk in al dat soort zaken is het IJI buitengewoon nuttig omdat je een heel degelijk advies krijgt op basis waarvan je weet: willen we nog een aantal dingen verder laten uitzoeken, kan dat door het IJI of moeten we ons tot iemand anders wenden? Maar je kunt er tenminste mee uit de voeten in een vroeg stadium van je procedure.

Advocaat mr. Ria van Seventer, Meesters aan de Maas Advocaten

Ons advocatenkantoor is gevestigd in Rotterdam, een stad met meer dan 170 nationaliteiten, en daarom moeten we regelmatig om advies vragen aan het Internationaal Juridisch Instituut. Ik heb bijvoorbeeld te maken gehad met de erkenning van een kind door een Italiaan, waarop Italiaans recht moet worden toegepast. Ik spreek geen Italiaans dus ik kan dat niet zelf. Ik heb ook geen toegang tot de bronnen en het Internationaal Juridisch Instituut heeft dat wel.

Wilt u een vrijblijvende kostenopgave ontvangen?